In de peiling van Kantar verandert er nauwelijks iets ten opzichte van hun eerdere peilingen. De VVD blijft met 40 zetels ruim de grootste partij. Het CDA komt volgens hen op 19 zetels (+2) te staan en de PVV blijft met 17 zetels gelijkstaan op plek drie. Dat meldt TNS-NIPO op hun website. Bij Kantar zijn ze overduidelijk wel héél erg optimistisch over het aantal zetels dat de partijen VVD en CDA gaan halen in de aankomende Tweede Kamerverkiezingen. Hier het hele overzicht:

Voor ons is er dit keer in eerste instantie ook best reden om te twijfelen aan deze cijfers. In het stukje ‘onderzoeksverantwoording’ geven ze de volgende informatie: “Aantal respondenten: aan het onderzoek werkten 1.596 Nederlanders (18+) mee (bruto steekproef: n=3.000, respons = 53%).”

Van de drieduizend ondervraagden reageerde slechts iets meer dan de helft. De steekproefmarge voor de VVD zou wat hen betreft ongeveer 2 zetels zijn. Nou, dat zullen zij dan wel weten, ze hebben er immers voor gestudeerd!

Over de reden waarom zoveel mensen op de VVD zeggen te zullen stemmen, zegt Kantar het volgende: “De meeste kiezers die besluiten om op de VVD te gaan stemmen, doen dat omdat ze vinden dat Mark Rutte ons goed door de coronacrisis leidt. Daarnaast zien ook veel VVD-kiezers niemand anders die de taak van Rutte zou kunnen overnemen en de bijkomende stabiliteit van het land kan bewaren.”

Dat zijn dan behoorlijk domme Nederlanders (en vast ook wel een paar slimme). Rutte maakt er, samen met Hugo de Jonge, qua coronabeleid volgens sommigen namelijk echt een ontzettende puinhoop van. Het harde ingrijpen, dat in het begin van de coronacrisis nodig was (of nodig leek), gebeurde niet. Dat werd continu twee weken uitgesteld en terwijl het virus wild om zich heen greep werd er gekeken of overal wel draagvlak voor was. Ondernemers, waar Rutte en zijn ondernemerspartij VVD zich hard voor maken, zijn de dupe van dit achterlijke wanbeleid. Gelukkig kregen ze wel financiële bijstand vanuit het Rijk.

Het lijkt er dus op dat deze 1.596 respondenten geen betere minister-president voor zich zien dan Mark Rutte, maar dat maakt hem echt niet ineens een groot staatsman. Zo’n titel wordt eerder toegekend na afloop van zijn carrière wanneer we er met wat bezinning op terug kunnen kijken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *